OPENHARTIG-KINDERLIJK-OPTIMISTISCH-DIRECT-ONBEVANGEN-ARGELOOS-ONGEKUNSTELD-SPONTAAN-OPEN-EENVOUDIG

 

Naief Realisme
manifest

Het Naïef Realisme overkoepelt de niet-academische figuratieve stromingen in de Hedendaagse Beeldende Kunst.

Een universele benaming voor de stroming die het ongekunstelde karakter van de werken benadrukt, waarbij de spontaniteit het
gevolg is van de onbevangen kijk op de werkelijkheid.

De duiding Naïef, werd voor het eerst aan het realisme verbonden in 1908 tijdens de Salon des Indépendants te Parijs.
Deze alternatieve Salon werd opgericht door de avant-garde kunstenaars die wegens hun anti-academisme door de officiële Salon geweigerd werden.
De academische kunst komt voort uit de Renaissance toen de kennis van de Klassieken werd herontdekt.
Die vaardigheden en voorkeuren vormen de basis voor de regels die het realisme in Nederland tot op heden grotendeels domineren.

Middeleeuwse, Byzantijnse en andere ‘primitieve’ kunst stonden laag in aanzien.
Kunst moest een nauwkeurige weergave van de natuur zijn. Hiertoe werd op de academie onderwezen in: thematiek, anatomie, ruimtewerking, kleurgebruik en stofuitdrukking, plasticiteit en volume en de detaillering.

Naast kunstbeoefening door de intellectuele bovenlaag werd er ook geschilderd door het gewone volk.
Van oudsher bestond er een ‘Naïef Realisme avant la lettre’.
Boeren, ambtenaren, ambachtslieden en gepensioneerden, verbeeldden hun eigen belevingswereld in hun vrije tijd.
Het ontbreken van enige academische scholing en de eenvoud van hun bestaan droeg bij aan de ongekunstelde directe uitstraling
van hun werk.
Na vier eeuwen academisme was het de Fransman Henri Rousseau (1844-1910) die met zijn oorspronkelijke, niet-academische composities bewondering opriep.
Hij was het die de moeizame weg naar officiële erkenning baande voor de hedendaagse Naïef Realisten.
Dat de tijd rijp was voor een andere kijk op de werkelijkheid hadden de avant-gardisten al aangetoond.
Hoewel nieuwe stromingen elkaar snel opvolgden, bleven de Naïef Realisten trouw aan de beginselen van hun persoonlijke verbeelding.  

Een Naïef Realist benadert de realiteit namelijk op geheel andere wijze.
In plaats van academische kennis vormt de persoonlijke beleving en een onbevangen geesteshouding de brug tussen werkelijkheid
en afbeelding.
De meest voorkomende kenmerken van het Naïef Realisme zijn:  (autobiografische) figuratie, een optimistische sfeer, persoonlijke symboliek, een verhalende voorstelling, een harmonische compositie, persoonlijk getemperd kleurgebruik, nauwelijks licht- en schaduwwerking en een eigen invulling van het perspectief. 

De huidige Naïef Realisten ontwikkelen zich nog steeds individueel en zijn veelal autodidact.
De naïeve uitstraling van hun werk is, zoals vaak abusievelijk gedacht wordt, niet altijd een gevolg van onkunde, maar veelal
van een bewuste keuze.
De hoge mate van beeldend vermogen die menig Naïef Realist hierdoor bereikt heeft een stijgende waardering vanuit het officiële internationale museum- en galeriecircuit tot gevolg.
Het doet Henri J. Rousseau, de ‘Vader der Naïeven’ eer aan dat de erkenning van zijn werk en gedachtegoed wereldwijd navolging vindt.
Het heeft  een definitieve plaats gekregen als een nieuwe stroming binnen de beeldende kunst.


Lida Bonnema 
kunsthistoricus en recensent
2015, Enkhuizen

OPENHARTIG-KINDERLIJK-OPTIMISTISCH-DIRECT-ONBEVANGEN-ARGELOOS-ONGEKUNSTELD-SPONTAAN-OPEN-EENVOUDIG